Fabel 1: Weeskinderen zijn wees
Bij een weeskind denk je al snel dat hij of zij geen ouders meer heeft. Maar niets is minder waar. Er verblijven wereldwijd, naar schatting, 6 miljoen kinderen in weeshuizen. Ongeveer 80% van deze kinderen is geen wees. Ze hebben vaak minstens nog één ouder of andere familieleden die voor hen willen en kunnen zorgen. We noemen weeshuizen dan ook liever kinderhuizen. Op die manier verwijzen we naar groepsopvang van kinderen, variërend van noodopvang: voor korte of lange termijn, groot- of kleinschalig, tot permanente opvang.
Fabel 2: Een weeshuis is vervanging voor wonen thuis
In werkelijkheid is een weeshuis een slecht alternatief voor kinderen die niet thuis kunnen wonen. Hier opgroeien heeft vaak een negatief effect op de gezondheid, ontwikkeling en kansen voor de toekomst van een kind. Dit komt vooral door het gebrek aan individuele aandacht. Het verlies of de scheiding van ouders, familie en eigen omgeving is voor kinderen heftig en soms zelfs traumatisch. Wanneer kinderen vanuit een weeshuis worden overgeplaatst naar een pleeggezin, gaat hun ontwikkeling direct vooruit. Dus het is belangrijk dat een kind terecht komt in een kleinschalige, stabiele omgeving waar professionele begeleiding is en het liefst een omgeving dat zoveel mogelijk lijkt op opgroeien in een familie. Stephen uit Kenia vertelt: ‘Het leven in een weeshuis lijkt op het leven in een dierentuin. We werden letterlijk bekeken door buurtgenoten en donoren, voor wie we moesten zingen en dansen. Na hun vertrek voelden we ons een object.’
Fabel 3: Weeshuizen horen bij ontwikkelingslanden
Niet dus. Kinderen zonder ouders worden in de meeste gevallen opgevangen binnen de familie. Weeshuizen zijn geïntroduceerd door missionarissen en koloniale overheden, in een tijd dat weeshuizen in Europa normaal waren. Tegenwoordig komen kinderen in Nederland en andere Westerse landen die niet thuis kunnen wonen bijna altijd terecht in pleeggezinnen of kleinschalige opvangvoorzieningen zoals gezinshuizen. Alleen kinderen die zeer specialistische zorg nodig hebben wonen soms in speciale instituten. Maar ook voor deze kinderen is het beter om in kleinschalige opvang te verblijven.
Fabel 4: Vrijwilligerswerk op een toeristenvisum is geen probleem
Ehh, wrong! In landen als Nepal en Ghana is het zelfs bij wet verboden om te werken onder een toeristenvisum. Je mag wel tegen een vergoeding werken. Als je toch graag vrijwilligerswerk in opvanghuis gaat doen, dan is het belangrijk om toestemming en goedkeuring te hebben van verschillende overheidsinstanties. Als je deze goedkeuring hebt, wordt er ook een specifieke periode vastgesteld waarin je werkzaam mag zijn. Op de overtreding van deze wetten staan hoge boetes en bestaat de kans dat je het land uit wordt gezet voor een bepaalde tijd. Zorg er dus voor dat je van tevoren goed onderzoek doet naar de regelgeving rondom vrijwilligerswerk en tevens naar de instelling waar je eventueel zou willen werken.
